Home
⪡JanAndGraceSubNav⪢
De tragedie van het applaus of De tragiek van het kunstwerk
[14/12/2009]
De tragedie van het applaus of De tragiek van het kunstwerk
- 14/12/2009

Een schare internationale kunstenaars komen samen en maken van een tentoonstelling een artistiek lab Beter kon het niet: een project van OHNO COORPERATION – een zijproject van de Brusselse Needcompany dat plaats vond in het Noord-Franse LA CONDITION PUBLIQUE in Roubaix. Succes wordt op de scène virtueel verzilverd met applaus; kunstwerken worden met zilverlingen mét stip gequoteerd op prestigieuze veilingen en in mondaine galeries die zich promoten als trendy “boutiques”. Jan Lauwers en Maarten Seghers wisten in Roubaix in weinig conventionele ruimtes een sprankelend concept uit te werken waarin de vastgeroeste regels van de kunst werden omgedraaid in situaties/omstandigheden waarin de meeste kunstwerken pas “authentiek” kunst werden via manipulaties van toeschouwers/bezoekers. Het principe van de creatieve chaos overspoelde de ruimtes waarin de kunst zich maar liet strikken door een actief mee-doen mèt het “stille en uitnodigende” kunstwerk. “De Tragedie van het Applaus” was helemaal geen zoo waar toeschouwers het nakijken krijgen naar kunstwerken die fonkelen in zelfvoldane gemoedsrust. In Roubaix was spanning te zien en te beluisteren en kreeg de bezoeker het knap spannend bij de aanlokkelijke kunstwerken die het gangbare passieve feest van het populaire vertier terugkaatsten naar de verantwoordelijkheid van iedere individuele bezoeker. Jan Lauwers en Maarten Seghers wisten kunstwerken en hybride installaties in La Condition Publique binnen te halen die standpunten ontlokten aan de op voorhand niets vermoedende gebruikers. Het nomadisch consumerende en door cultuur-indigestie bedwelmde kunstpubliek is dat helemaal niet meer gewoon. Het publiek bekijkt het spektakel vanuit de in pluchen “gezeten” donkerte of loopt in musea of galeries alsof ze rondneuzen op de fraaiste winkelboulevards. De cultuurproducten zijn veelal herkenbaar en in stijl traceerbaar, maar wat gebeurt er met kunstwerken en installaties die niet conform zijn aan de hapklare noden van de cultuur-omnivoor ? De vaststelling in “De tragedie van het Applaus” was er één: een “state of pre-meaning”. Daarmee wordt bedoeld dat de kunst zich niet op voorhand laat ringeloren of vastklinken in clichés en karamellen betekenissen die gaar en knapperend geserveerd worden door de kunstenaars. Integendeel de kunstwerken/installaties in Roubaix stonden “gestold” in de tijd en kregen pas betekenis als ze bij wijze van spreken als een bobslee werden afgeduwd in een onvoorspelbare “Lauf der Dinge”. Dit project was een veelluidend en gelaagd alternatief; een concept dat niet “tegen” maar als “een naast” kon worden bestempeld. De tentoonstelling kon je bekijken als in een gebroken spiegel waarin fragmenten van la condition humaine via “aan te wakkeren” kunstwerken “werelden” liet opduiken en zien. Kunstwerken die de diepste en geheime drijfveren van het creëren aansnaarden en beroerden. OHNO COOPERATION krabde een stukje verloren “utopie” open met kunstwerken waarin het verlangen loerde naar vrijheid en dat wankele dansen op een slappe koord jaagt een mens nu éénmaal de stuipen op het lijf. Het mentaal en/of fysiek complementeren van kunstwerken liep als een rode draad/vademecum doorheen het tento-project en veroorzaakte opnieuw en opnieuw “anders” ingekleurde ervaringen bij diegenen die ervoor open stonden. De kunstwerken waren speels-rebelse prothesen van het verlies die zich als het ware niet gewonnen gaven en het leven in zich hielden. Voor dat dynamisch proces in de expo waarin een merkwaardig en nederig en tegelijk groot respect schuilde voor het individu zorgden video's, mobiele sculpturen en interactieve installaties als een spetterende hommage aan de creativiteit, de gangmaker voor schoonheid waarvan volgens Jan Lauwers alleen de mens de maker kan zijn. “De Tragedie van het Applaus”; een tentoonstelling als een carrousel met kunst die de middelpuntvliedende krachten trotseerde en de toeschouwer een centrale rol gunde... “Last Guitar Monster” van Jan Lauwers wrong zich als een bokkig gedrocht op een mechanische manier in de ruimte tot ergens in de beschutting van een veldtent. Een fonkelende elektrische gitaar als een zichzelf en feedback bevredigend oppersymbool van de rockmuziek verscheen hierin als het gouden kalf van de populaire massacultuur. Deze geweldige archetypische sculptuur stond naast tal van broze sonore installaties van Maarten Seghers die niet zelden kartonnen dozen als klankborden gebruikt: kartonnen dozen als vingerwijzingen naar transit, ontheemding en (ultieme) beschutting. Het feestelijk en haast carnavaleske spektakel behield een ranzig kantje... Net zoals de waanzinnige installatie van Fritz Welch die met het residu van de wegwerpmaatschappij een stroom van een sculpturale installatie op gang bracht die belandde in een soort circusring van stille trommels... Nicolas Field wist zijn gevoel voor subtiel ritme (als drummer) te transformeren in een zichzelf door licht en warmte genererende subtiel sonore installatie met een oceaan van “oortjes” en beklijvende “organisch” ogende videobeelden. Geluid zat ook in de bijdrages van Rombout Willems die verwijzend naar installaties die doen denken aan de generatie Amerikaanse kunstenaars uit de jaren zestig het publiek zelf een “vrije” choreografie liet uitvoeren met de machines die door gesticulerende actie “geluid” werden... Of “Liquid Architecture” & Thomas Lélu die met “Broadcast Your Life” de bezoeker verleidden om zich al was het maar even zelf een popheld te wanen; een “heroe van één minuut” te wanen op de cadans van de stomende Franse rockmuziek... Realiteit en fictie werden helemaal verweven tot een ontwapenend en feeëriek schouwspel in de verbeeldingsrijke bijdrage van Egill Sæbjörnsson & Marcia Moraes waarbij live performance perfect samenviel met een pregeregisseerde videofilm. De verbeelding kent noch plaats noch ruimte; de verbeelding sloeg Roubaix in via de ongerepte optel-creativiteit van “vrije” kunstenaars die in het opgedaagde en uitgedaagde publiek “warme” deelgenoten vonden. Het applaus verstomde te midden van dat fragiele en a-tonale samen-spel.

Luk Lambrecht
⪡Left⪢
⪡Right⪢
⪡RightExtra⪢